
68
HET INSTELLEN VAN KANTLIJNEN TIJDENS
HET KOPIËREN
(Kantlijnverschuiving)
De functie kantlijnverschuiving verschuift het beeld zodat een kantlijn ontstaat op de rand van het papier. Standaard
creëert de functie een kantlijn van 10 mm (1/2") aan de linkerkant van het papier.
• U kunt selecteren of u een kantlijn aan de bovenkant of aan de linkerkant van het papier wilt creëren.
• Er zijn vijf selecties beschikbaar voor de kantlijnbreedte: 0 mm, 5 mm, 10 mm, 15 mm, 20 mm (0", 1/4", 1/2", 3/4",
1"). (De standaardinstelling is 10 mm (1/2").)
• Wanneer u tweezijdige kopieën maakt, word teen kantlijn ingesteld op de geselecteerde rand aan de voorkant van
het papier en een kantlijn aan de achterkant van het papier.
• Kantlijnverschuiving kan niet gebruikt worden in combinatie met 2 in 1 / 4 in 1 kopie (pagina 66).
• Kantlijnverschuiving kan niet gebruikt worden in combinatie met kaartformaat (pagina 71).
• Wanneer kantlijn verschuiving is geselecteerd, werkt draaiend kopiëren niet, zelfs niet wanneer aan de
voorwaarden voor draaiend kopiëren voldaan is.
• U kunt de standaardkantlijnverschuiving wijzigen in de systeeminstellingen. (Pagina 86)
1
Plaats het origineel in de
handinvoerlade of op de glasplaat.
•
Als een linker kantlijn wordt
geselecteerd en u kopieert van
de origineelinvoerlade, plaatst u
het origineel met de voorkant
naar boven zodat de
kantlijnrand links is.
Als een linker kantlijn wordt geselecteerd en u kopieert
van de glasplaat, plaatst u het origineel met de
voorkant naar beneden zodat de kantlijnrand rechts is.
•
Als er een bovenkantlijn wordt geselecteerd, dan
plaatst u het origineel met de kantlijnrand naar achteren
in de origineelinvoerlade of op de glasplaat.
2
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
Het functiescherm verschijnt waarin "SPECIALE
MODUS" geselecteerd is.
3
Druk op de [OK] toets.
Het speciale functiescherm verschijnt waarin "RAND
VERSCH." geselecteerd is.
4
Druk op de [OK] toets.
De instellingen voor
kantlijnverschuiving
verschijnt.
5
Selecteer de kantlijnpositie met de [ ]
of [ ] toets en selecteer de breedte
met de [ ] of [ ] toets.
• Selecteer "OMLAAG" of
"RECHTS" voor de
kantlijnpositie.
• Als u 0 mm (0") selecteert, is
het afdrukresultaat hetzelfde
als wanneer "AFBREKEN" is
geselecteerd.
6
Druk op de [OK] toets.
U keert terug naar het
beginscherm.
7
Selecteer zonodig andere
kopieerinstellingen in en druk op de
[START] toets ( ).
Als u de kantlijnverschuiving wilt
uitschakelen, selecteert u de
kantlijnverschuiving opnieuw en
daarna "AFBREKEN".
AAAA
Origineel Kopie
Kantlijn (bovenkant)
Origineel Kopie
Kantlijn (linker rand)
BELICHTING
KLEUR MODUS
PAPIERFOR
RESOLU
KOPIEËN
SCANNEN
SPECIAL
FUNCTIES
LINE
DATA
DATA
ON LINE
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
OK
TERUG
SPECIALE MODUS
RAND VERSCH.
WISSEN
BOEK KOPIE
[OK]:NAAR SETUP
OK
RAND VERSCH.
AFBREKEN
OMLAAG
RECHTS
10 mm (0~20)
OK
Komentarze do niniejszej Instrukcji